Dolby True HD is een digitale audiocodec, die in eerste instantie voor gebruik met Blu-ray discs werd ontwikkeld. Dolby heeft deze manier van comprimeren ontwikkeld om de mogelijkheden van Blu-ray en HD-DVD zo maximaal mogelijk te benutten. Beide opslagmedia, waarvan alleen Blu-ray zich uiteindelijk heeft bewezen, boden zo veel plaats, dat de audiodata van de opgenomen sounds zonder kwaliteitsverlies konden worden weergegeven.
Echter, het verging Dolby True HD in de concurrentiestrijd vergelijkbaar als bij HD-DVD: weliswaar bestaan er films die in Dolby True HD zijn afgemixt, maar een andere codec, namelijk DTS-HD Master Audio heeft de strijd gewonnen. Maar ook de invoering van Dolby Atmos heeft de situatie van Dolby True HD veranderd. We leggen uit waarom.
De gegevens van Dolby True HD
Dolby’s mogelijkheid om te comprimeren zonder kwaliteitsverlies bereikt een samplingrate van 192 kHz, waarbij de samplingrate met een stijgend aantal kanalen daalt. Dolby True HD werkt daarbij met 24 Bit. De overdrachtssnelheid van de codec is in principe niet beperkt, maar de hardware verlangt in de praktijk dat de gegevens met maximaal 18 Mbit/s worden verstuurd. De codec Dolby Digital Plus die voor kwaliteitsverlies zorgt, bereikt in vergelijk slechts een samplingrate van 96 kHz bij een maximale overdrachtssnelheid van 6,14 Mbit/s. De hogere getallen gaan dus met met een hogere kwaliteit gepaard.
Compressiemogelijkheden proberen bij audio-informatie die voor ons gehoor nauwelijks waarneembaar is, opslagruimte te besparen. Daarbij gaat het steeds om een compromis tussen kwaliteit en bestandshoeveelheid. Formaten zonder kwaliteitsverlies zoals Dolby True HD hoeven geen compromis aan te gaan. Het resultaat is een hoorbaar beter geluid in de hoge en lage frequentiegebieden. Ook de geluidsdynamiek wordt beter omgezet. Met dynamiek wordt het volumeverschil binnen een opname bedoeld. Aan de ene kant zijn de dynamische verschillen groter, aan de andere kant worden ze preciezer weergegeven.
Ook wanneer de audio-data met Dolby True HD in het afspeelapparaat precies zo is aangekomen zoals de geluidstechnicus het heeft afgemixt, blijven er altijd verschillen met het geluid van de opnamestudio bestaan. Immers, ook de luidsprekers en de ruimte op zich beïnvloeden het geluid van een Blu-ray.
Het proces van comprimering zonder kwaliteitsverlies
Dolby True HD gebruikt Meridian Lossless Packing (MLP) ter compressie. Dit algoritme comprimeert de audio-data zo dat ze ongeveer nog maar de helft van de opslagruimte nodig hebben zonder dat er informatie verloren gaat. In beeldspraak gesproken: de koffer wordt simpelweg efficiënter ingepakt, waardoor alles er in past. Daarbij wordt niet noodzakelijke informatie die in de audiostream voorkomt, gepakt en bij het uitpakken weer in de beginstand geplaatst. Het gaat bij MLP om een codec die eigendom is van de firma Meridian Inc.

Om deze kwaliteitsstandaard weer te geven, moet ofwel de Blu-ray speler of de AV-receiver de codec ondersteunen. De compressie van de data kan dus door het afspeelapparaat worden uitgevoerd. De overdracht van de data volgt als bitstream via een HDMI 1.3 of hoger. Dolby True HD kan ook via een meerkanaals-uitgang worden overgedragen.
Wat Dolby Atmos met Dolby True HD te maken heeft
Zoals gezegd, wordt Dolby True HD wegen de dominantie van DTS-HD Master slechts zelden op Blu-rays gebruikt, De DTS-codec zonder kwaliteitsverlies heeft zich bij de meeste filmstudio’s bewezen. Dankzij Armos heeft Dolby True HD echter aan betekenis gewonnen. Immers, de audio-informatie voor de object-gebaseerde Atmos-sound worden in een Dolby True HD geluidsspoor opgeslagen. Heeft een disc Atmos, is hij ook altijd van Dolby True HD voorzien. Precies dat zou de codec aan een comeback kunnen helpen. Dat geldt des te meer, omdat de start van DTS:X – de tegenhanger van Dolby Atmos – zich heeft vertraagd en in 2015 niet is gelaunched.
Titelbeeld: Dolby Laboratories Inc. Sommige rechten voorbehouden. Bron: Wikimedia
Geef een reactie